Samenvatting

  1. 1920-1926: Tijdschrift Graalsbladen, uitgave 1926
  2. 1926-1931: De roep, Graalsbladen, Graalsboodschap uitgave 1931
  3. 1931-1938: Naklanken van de Graalsboodschap, tijdschrift De stem
  4. 1938-1941: Laatste geautoriseerde uitgave
  5. Samenvatting
  6. Aanhangsel

 

 

Hoofdstuk 05

Wanneer in kringen van lezers over de ‘oude’ Boodschap wordt gesproken, dan heeft deze betrekking op de Grote uitgave van 1931, de in 1934 verschenen Nachklänge zur Gralsbotschaft (Naklanken van de Graalsboodschap), deel I en de losse voordrachten, die toen nog tot eind 1937 (ten dele in het tijdschrift Die Stimme) waren verschenen. Deze worden tezamen tegenover de Graalsboodschap In het Licht der Waarheid deel I, II en III, Laatste geautoriseerde uitgave, gesteld. Daarbij wordt de Graalsboodschap In het Licht der Waarheid Grote uitgave 1931, vaak als ‘eigenlijke’ Boodschap of als ‘oerversie’ van de Graalsboodschap voorgesteld. De indruk wordt gewekt, dat deze uitgave van 1931 in zekere zin ‘kant en klaar uit de hemel was gevallen’, terwijl de Laatste geautoriseerde uitgave als een bewerking wordt aangeduid, waarbij ook nog twijfels opduiken of Abd-ru-shin zelf deze bewerking heeft uitgevoerd. Het wordt niet gezien of niet geweten, dat ook deze Grote uitgave 1931, net als later de Laatste geautoriseerde uitgave een ontwikkeling weergeeft. Abd-ru-shin had ook voor deze Grote uitgave in vergelijking met de Kleine uitgave van 1926 de volgorde veranderd, nieuwe voordrachten ingevoegd en andere redactioneel bewerkt, bijvoorbeeld naar de juiste schrijfwijze, en herhalingen doorgestreept.

In het slotwoord van de Grote uitgave van 1931 vermeldde Abd-ru-shin het inzicht van zijn geestelijke afkomst en de daarmee verbonden hulp voor de mensen.

Ook als hij daar schrijft, dat hij, Abd-ru-shin, “…zijn Boodschap aan de mensen nu had voltooid”, zegt dit niet, dat hij de mensen nu niets meer te zeggen had, want hij schreef immers in aansluiting daarop nog vele voordrachten. Maar met de inhoud van de voordrachten in deze vorm had hij voor de mensen van de toenmalige tijd ‘de vaste basis’ gegeven, die het voor hen mogelijk maakte om in de Graalsboodschap een hulp van de Schepper voor de mensen te erkennen. Pas daardoor waren ze in staat, de daarna volgende uiteenzettingen zoals Nachklänge zur Gralsbotschaft te begrijpen en in de daad om te zetten.

Ook de uitspraak in het Nawoord ‘Hoe de Boodschap moet worden opgenomen’ (Nachklänge zur Gralsbotschaft, deel I): “….Onveranderd moet u mijn Boodschap laten…”, wordt vaak als argument gebruikt om ‘te bewijzen’, dat deze uitgave niet veranderd mag worden. Deze aanwijzing betreft echter ons als toehoorders en lezers, niet de schrijver zelf. Hij kon als brenger van de Graalsboodschap de vorm vanzelfsprekend veranderen.

Deze mogelijkheid voor een bewerking wordt ook in de drie contracten, die tussen de uitgeverij ‘Der Ruf’ GmbH te München en Abd-ru-shin als auteur op 1.10.1930, op 19.9.1932 en op 28.1.1935 werden afgesloten, uitdrukkelijk vermeld:

“De heer Bernhardt heeft de plicht om de noodzakelijke correcties en controles van de drukproeven gratis te leveren. Noodzakelijke bewerkingen worden evenmin apart betaald.” (28.1.1935)

Het begrijpen en in de daad omzetten van de Boodschap uit de Graal werd in de loop van de daaropvolgende jaren steeds moeilijker. De geschiedenis laat zien, dat veruit de meerderheid van de mensen andere wegen insloeg dan die in de Graalsboodschap werden gewezen. Niet alleen de meerderheid van de mensen in het algemeen, maar ook menig aanhanger van de Graalsboodschap, die deze al als levenshulp had herkend.

Al in 1937 gaf Abd-ru-shin tegenover enkele vertrouwelingen te kennen, dat de ontwikkelingen een bewerking van zijn voordrachten
nodig maakte, zoals blijkt uit brieven en verklaringen van deze personen.

Deze bewerking nam Abd-ru-shin tijdens zijn gedwongen verblijf in Kipsdorf ter hand. In deze tijd was het, ondanks grote moeilijkheden, voor enkele aanhangers van de Graalsboodschap mogelijk, hem en zijn familie te bezoeken. Tegenover deze personen had hij over de bewerking van zijn voordrachten gesproken en uitgelegd, dat hij de Boodschap in drie delen had geordend. Enkele van hen hebben de herinneringen aan die bezoeken in verklaringen of brieven gedocumenteerd.

Het is nauwelijks voor te stellen, hoezeer Abd-ru-shin onder de omstandigheden van zijn verbanning zal hebben geleden. De innerlijke spanningen en de belasting ten gevolge van de belemmeringen van zijn werken hadden ten slotte ook gevolgen op lichamelijk gebied. Tijdens een opname in het ziekenhuis in november 1941 konden de artsen geen fysiek probleem vaststellen en gaven gehoor aan de wens van de patiënt om naar ‘huis’, naar Kipsdorf te mogen terugkeren. Daar overleed Abd-ru-shin in de middag van 6 december 1941. Zijn wens om naar huis te mogen gaan, streefde naar een doel dat hemelhoog boven deze aarde lag.

Maria en Irmingard Bernhardt waren na het overlijden van Abd-ru-shin degenen, die zijn werk voortzetten. Oorlogsjaren vol leed hadden zij nog te doorstaan, voordat zij na het einde van de oorlog in 1945 naar de Vomperberg, de aardse werkplaats van Abd-ru-shin, konden terugkeren.

Enige tijd later deelden zij de aanhangers van de Graalsboodschap mede, dat Abd-ru-shin zijn Boodschap in Kipsdorf had bewerkt.

Maria en Irmingard Bernhardt konden – zoals hen bij gelegenheid wel is nagedragen – geen voordeel behalen uit een bewerking van de Graalsboodschap. Hoeveel eenvoudiger was het voor hen beiden na de oorlog geweest, de Grote uitgave van 1931, de Nachklänge zur Gralsbotschaft van 1934 en de tot 1937 verschenen losse voordrachten in deze ‘oude’ vorm weer uit te geven! Zij hadden zich veel moeite, ergernis, vijandigheden en ook kosten kunnen besparen.

Alleen de zekerheid, de wil van Abd-ru-shin te willen vervullen en zijn Boodschap zo te verbreiden als hij het zelf tenslotte had bestemd, was de grondslag voor hun handelen.

 

Ausgabe letzter Hand

  1. 1920-1926: Tijdschrift Graalsbladen, uitgave 1926
  2. 1926-1931: De roep, Graalsbladen, Graalsboodschap uitgave 1931
  3. 1931-1938: Naklanken van de Graalsboodschap, tijdschrift De stem
  4. 1938-1941: Laatste geautoriseerde uitgave
  5. Samenvatting
  6. Aanhangsel