1938-1941: Bewerking van de Graalsboodschap, Laatste geautoriseerde uitgave

  1. 1920-1926: Tijdschrift Graalsbladen, uitgave 1926
  2. 1926-1931: De roep, Graalsbladen, Graalsboodschap uitgave 1931
  3. 1931-1938: Naklanken van de Graalsboodschap, tijdschrift De stem
  4. 1938-1941: Laatste geautoriseerde uitgave
  5. Samenvatting
  6. Aanhangsel
Hoofdstuk 04

Al aan het eind van 1938 begon Abd-ru-shin met het schiften van zijn voordrachten en in de jaren 1939 tot 1941 ordende hij zijn gehele werk op de door Irmingard Bernhardt in haar verklaring van 15 mei 1956 beschreven wijze.

Afschrift van de verklaring voor de regionale rechtbank in Schwaz:

„De Graalsboodschap werd door zijn auteur, de heer Oskar Ernst Bernhardt, zelf in de jaren 1939 tot 1941 bewerkt.

In september 1938 werden wij – de heer Oskar Ernst Bernhardt, zijn vrouw Maria Bernhardt, mijn broer Alexander en ik – door de Gestapo onder huisarrest geplaatst in Schlauroth bij Görlitz. In maart 1939 verhuisden wij met toestemming van de Gestapo naar het kuuroord Kipsdorf in het Ertsgebergte. In dat jaar begon de heer Oskar Ernst Bernhardt met de bewerking van de Graalsboodschap. Eind mei 1941 was het manuscript van deze bewerking drukklaar.

De bewerkingen hadden betrekking op veranderingen van verschillende aard. Ten dele ging het om correctie van leestekens, het omdraaien van woorden, het wegstrepen of verkorten van hele zinnen of alinea’s, die een herhaling van gedachten bevatten, die al in de voorgaande zinnen of alinea’s waren uitgesproken.

Maar hij streepte ook woorden, zinnen of hele bladzijden weg, wanneer hij tot het inzicht was gekomen, dat de mensen de daarin weergegeven gedachten toch niet zouden begrijpen. Beslissend voor deze mening waren de belevenissen van de laatste jaren voor zijn vertrek.

De correcties voerde Oskar Ernst Bernhardt zo uit, dat hij in een exemplaar van de Graalsboodschap, dat voor dit doel was bestemd, met potlood zijn aanwijzingen schreef en doorhalingen en tekens aanbracht waar hij veranderingen of aanvullingen wenste. Deze veranderingen en aanvullingen schreef hij steeds op een apart blad papier. Ik heb toen deze potloodnotities, omdat ze gemakkelijk vervaagden en dreigden onleesbaar te worden, met de schrijfmachine op reepjes papier geschreven, het met potlood geschrevene in het bewerkingsexemplaar van de Graalsboodschap uitgegumd en de met de schrijfmachine geschreven reepjes papier er in geplakt. Bladzijden in de Graalsboodschap, waarop grotere alinea’s doorgestreept waren, plakte ik over zover als de doorhalingen gingen of ik schreef de bladzijde in de veranderde versie met de machine helemaal over en plakte de nieuwe bladzijde in.

Omdat ook de volgorde van de voordrachten veranderde, bleek soms dat een voordracht uit de reeks genomen moest worden en op een andere plaats moest worden ingevoegd.

Ik heb alle veranderingen precies volgens de aanwijzingen van de schrijver van de Graalsboodschap uitgevoerd. Hij controleerde elke verandering.

Deze gang van zaken is ook de reden, waarom er nog maar weinig bladzijden van het manuscript met de in handschrift uitgevoerde veranderingen van de heer Oskar Ernst Bernhardt aanwezig zijn.”

Vomperberg, 15. mei 1956
Irmingard Bernhardt

In de Graalsboodschap deel I, Laatste geautoriseerde uitgave, voegde Abd-ru-shin in de eerste plaats die voordrachten van de uitgave van 1931 in, die in 1937 in het tijdschrift Die Stimme waren verschenen, hoewel niet in de volgorde van hun verschijnen. Dit betreft de voordrachten ‘Eredienst’, ’Verstarring’, ‘Kinderlijkheid’, ‘Kuisheid’, ‘De eerste schrede’, ‘Redding! Verlossing!‘, en ‘De taal des Heren‘.

De voordracht ‘Het geheim van het bloed’ uit nummer 1 kwam in deel III tussen ‘Het aardse lichaam’ en ‘Het temperament’.

Ook voordrachten uit de Nachklänge zur Gralsbotschaft, deel I en uit de verzameling losse voordrachten werden in het eerste deel opgenomen.

Enkele titels werden daarvoor veranderd. Zo verschijnt de voordracht ‘Een laatste woord’ als ‘Een noodzakelijk woord’, de voordracht ‘Het jongste Gericht’ krijgt de titel ‘De wereld’, en ‘De roep om de leider’ heet ‘De roep om de helper’ (het begrip ‘Führer’ was door het gebruik door de nationaalsocialisten belast).

Het tweede deel van de Graalsboodschap, Laatste geautoriseerde uitgave, bevat overwegend voordrachten uit de uitgave 1931, die in de door Irmingard Bernhardt beschreven vorm bewerkt werden. De voordrachten ‘Godszoon en Mensenzoon’ en ‘Beroepen’ werden door Abd-ru-shin niet meer voor publicatie opgenomen en vielen weg, evenals de voordracht ‘En het ging in vervulling’ en het ‘Slotwoord’. De voordracht ‘Het leven’ uit het aanhangsel besluit deel II.

Het derde deel van de Graalsboodschap bevat die voordrachten uit de Nachklänge zur Gralsbotschaft, deel I en uit de verzameling van losse voordrachten, die Abd-ru-shin vrijgaf voor verdere publicatie.

Ook de voordracht ‘Het geheim van het bloed’ uit nummer 1 van Die
Stimme
werd hier ingevoegd. De voordracht ‘Wie nu mijn Woord niet wil kennen….’ verschijnt onder de titel ‘De naam’. Het nawoord ‘Hoe de Boodschap moet worden opgenomen’ besluit deel III.

Vijf voordrachten uit de Nachklänge zur Gralsbotschft, deel I en vier voordrachten uit de verzameling losse voordrachten werden niet in de Graalsboodschap deel I, II en III opgenomen. Dit betreft de voordrachten ‘Het noodzakelijke evenwicht’, ‘Jezus en Imanuel’, ‘Kerstmis’ (niet dezelfde als de voordracht ‘Kerstmis’ in deel III van de Laatste geautoriseerde uitgave), ‘Kerstklanken weerklinken manend door het heelal’, ‘Ik zend u!’, ‘De poort wordt geopend!’, ‘De wond’, ‘Nieuwjaar 1935’ en ‘Het offer’.

 

  1. 1920-1926: Tijdschrift Graalsbladen, uitgave 1926
  2. 1926-1931: De roep, Graalsbladen, Graalsboodschap uitgave 1931
  3. 1931-1938: Naklanken van de Graalsboodschap, tijdschrift De stem
  4. 1938-1941: Laatste geautoriseerde uitgave
  5. Samenvatting
  6. Aanhangsel