DE STER VAN BETHLEHEM

Licht moet het nu worden hier op aarde, zoals het eertijds had moeten zijn, toen de Ster van de Belofte boven een stal te Bethlehem straalde.

Maar het Licht werd destijds slechts door weinigen opgenomen en zij die van hen erover hoorden, verdraaiden en verminkten het al heel spoedig, zoals bij de aardemensen gebruikelijk is, probeerden dat wat zij vergeten waren te vervangen door eigen bedenksels, en schiepen daardoor slechts een chaos, die heden ten dage onaantastbaar als waarheid moet gelden.

Uit angst dat alles ineenstort wanneer ook maar de kleinste pijler onecht blijkt te zijn, wordt iedere lichtstraal die inzicht kan brengen, bestreden, bezoedeld, en wanneer het niet anders kan op zijn minst belachelijk gemaakt, met een boosaardigheid, een listigheid, die aan ieder die helder denkt duidelijk laat zien, dat deze uit angst voortkomt! Maar helder denken is op aarde slechts zelden te vinden.

En toch moet het Licht van het ware inzicht eindelijk over de gehele mensheid komen!

De tijd is aangebroken, waarin al het ongezonde dat het menselijk brein bedacht, wordt weggevaagd uit de schepping, opdat het niet nog langer het geestelijk inzicht belemmert, dat de Waarheid er anders uitziet dan de onhoudbare voortbrengsels, die door opgeblazen verwaandheid en handelsgeest, ziekelijke inbeelding en huichelarij uit een zwoel moeras van minderwaardige bekrompenheid werden geschapen in de drang naar aardse macht en aardse bewondering.

Een vloek nu over hen, die door misleiding miljoenen mensen dusdanig tot slaven maakten, dat zij het nu niet meer wagen om hun ogen te openen voor het Licht, maar er blindelings de spot mee drijven zodra iets tot hun oren doordringt dat anders klinkt dan wat zij tot dusver hoorden – in plaats van eindelijk oplettend te worden en bij zichzelf eens na te gaan, of zij het nieuwe niet beter kunnen begrijpen dan hetgeen zij tot dusver hebben geleerd.

De oren zijn verstopt, en er wordt angstvallig op gelet, dat er geen frisse luchtstroom binnendringt, in feite slechts uit luiheid en uit angst dat deze frisse lucht in het daarmee verbonden proces van gezond worden beweeglijkheid van geest verlangt, die eigen inspanning eist en afdwingt. In tegenstelling tot de huidige, schijnbaar gemakkelijke geestelijke schemertoestand, die de doffe permanente slaap ten gevolge heeft en daarmee slechts de vrije hand laat aan de sluwheid van het verbogen, verdorven verstand!

Maar het helpt u niets om de oren voor het nieuwe Woord dicht te houden, de ogen te sluiten, opdat het Licht u niet verblindt en geen schrik aanjaagt! Met geweld wordt u nu opgeschrikt uit deze treurige verdoving! Kleumend zult u voor het koude Licht staan, dat u onbarmhartig van elke verkeerde omhulling ontdoet. Kleumend, omdat de geestvonk in u zich niet meer laat ontsteken om zich van binnen uit verwarmend met het Licht te verenigen.

Het is immers maar al te gemakkelijk voor u, iets ongelooflijks te geloven, want daarbij hoeft u zich niet in te spannen om zelf te denken en te toetsen. Juist omdat het geen toets volgens de goddelijke natuurwetten kan doorstaan, moet u eenvoudig maar geloven zonder naar het hoe of waarom te vragen, moet blindelings geloven en dat beschouwt u als iets groots! U, die zichzelf op deze zo gemakkelijke manier bijzonder gelovig waant, verheft zich daarmee eenvoudig boven alle twijfel en … voelt zich daarbij behaaglijk, geborgen, edel, vroom en denkt op die manier zeker zalig te zullen worden!

U hebt u daarmee echter niet boven alle twijfel verheven, maar bent slechts laf daaraan voorbijgegaan! U was te traag van geest om zelf daarbij iets te doen en gaf de voorkeur aan blind geloof boven een weten van het natuurlijke gebeuren in overeenstemming met de wet van de Godswil. En daarin werd u gesterkt door verzinsels van het menselijk brein. Want hoe onmogelijker, onbegrijpelijker datgene is waaraan u moet geloven, des te gemakkelijker wordt het ook in letterlijke zin blind daaraan te geloven, omdat het bij zulke dingen in het geheel niet anders mogelijk is. Daar moeten het weten en de overtuiging uitgeschakeld worden.

Alleen iets onmogelijks verlangt blind, onvoorwaardelijk geloven, want iedere mogelijkheid spoort onmiddellijk tot eigen denken aan. Waar waarheid is, die steeds natuurlijkheid en logica met zich meebrengt, daar begint ook het denken en het navoelen vanzelf. Het houdt alleen daar op, waar het niets natuurlijks meer vindt, waar dus geen waarheid aanwezig is. En alleen door navoelen kan iets tot overtuiging worden, het enige dat voor de mensengeest van waarde is!

Zo sluit zich nu met al het andere ook de ring die begint met de kerstnacht in Bethlehem! En het sluiten van deze ring moet het onjuiste in de overleveringen wegslingeren en daarvoor de waarheid doen zegevieren. Het duister dat de mensheid veroorzaakte, wordt door het binnendringende Licht weggevaagd!

Alle legenden die in de loop der tijd om het leven van Jezus werden geweven, moeten verdwijnen, opdat daarvan eindelijk een zuiver beeld ontstaat, in overeenstemming met de goddelijke wetten, zo, als het in deze schepping in het geheel niet anders mogelijk was. U hebt tot dusver met uw zelfbedachte religieuze culten de volmaaktheid van de Schepper, uw God, lichtgelovig misdadig verloochend.

Opzettelijk, bewust stelt u het daarbij voor, alsof hij in zijn Wil onvolmaakt zou zijn! Ik sprak hier al eerder over, en u kunt zich wenden of keren zoveel u wilt, geen enkele uitvlucht kan u ervan vrij pleiten, dat u te traag was om daarbij zelf te denken. U eert er God niet mee, wanneer u blindelings aan dingen gelooft, die met de scheppingsoerwetten niet te verenigen zijn! Integendeel, wanneer u aan de volmaaktheid van de Schepper gelooft, dan moet u weten, dat er niets hier in de schepping kan gebeuren, wat niet ook nauwkeurig in overeenstemming is met de logica van Gods vaststaande wetten. Alleen daarmee kunt u hem werkelijk eren.

Wie anders denkt, twijfelt daarmee aan de volmaaktheid van de Schepper, van zijn God! Want waar veranderingen of nog verbeteringen mogelijk zijn, daar is en was geen volmaaktheid aanwezig! Ontwikkeling is iets anders. Die is bedoeld en gewild in deze schepping. Maar zij moet beslist het logisch gevolg zijn van de werking van reeds bestaande wetten. Dit alles kan echter niet zulke dingen opleveren, zoals die door vele gelovigen met name in het leven van Christus als volkomen vanzelfsprekend worden aangenomen!

Ontwaak eindelijk uit uw dromen, word innerlijk waar! Ik zeg u bij deze nog eens, dat het volgens de wetten in de schepping onmogelijk is, dat aardse mensenlichamen ooit geboren kunnen worden zonder voorafgaande grofstoffelijke verwekking, en even onmogelijk, dat een grofstoffelijk lichaam na zijn aardse dood wordt omhooggeheven naar het fijnstoffelijke rijk, nog veel minder naar het ‘wesenhafte’ of zelfs naar het geestelijke rijk! En daar Jezus hier op aarde moest worden geboren, was dit gebeuren ook onderworpen aan de grofstoffelijke goddelijke wet van de voorafgaande verwekking.

God zou tegen zijn eigen wetten in moeten handelen, wanneer bij Christus de toedracht zo zou zijn geweest als in de overleveringen wordt vermeld. Dat kan hij echter niet, omdat hij volmaakt is vanaf het begin en daarmee ook zijn Wil, die in de scheppingswetten besloten ligt. Wie nog anders waagt te denken, die twijfelt aan deze volmaaktheid en derhalve uiteindelijk ook aan God! Want God zonder volmaaktheid zou niet God zijn. Daar valt niets tegen in te brengen! Aan deze eenvoudige zekerheid kan een mensengeest niet tornen, ook al moeten daardoor nu de grondvesten van zo menige tot dusver bestaande opvatting aan het wankelen worden gebracht. Hier kan men slechts kiezen of delen. Alles of niets. Een brug kan daarbij niet geslagen worden, omdat iets halfs, onafs in de Godheid niet kan bestaan! Ook niet in dat wat op God betrekking heeft!

Jezus werd grofstoffelijk verwekt, anders was een aardse geboorte niet mogelijk geweest.

Slechts door enkelen werd destijds de Ster als vervulling van de verkondigingen herkend. Zo ook door Maria zelf en door Jozef, die hevig aangedaan zijn gezicht verborg.

Drie koningen vonden de weg naar de stal en brachten aardse geschenken; maar daarna lieten zij het kind onbeschermd achter, voor wie zij de weg op aarde moesten effenen met hun schatten, hun macht, opdat hem geen kwaad zou overkomen bij de vervulling van zijn taak. Zij hadden hun hoge roeping niet volledig begrepen, ondanks het feit dat zij inzicht vanuit het Licht kregen om het kind te kunnen vinden.

Onrust dreef Maria weg uit Nazareth, en Jozef, die haar stille lijden, haar verlangen zag, vervulde haar wens, alleen om haar gelukkig te maken. Hij droeg de leiding van zijn timmermanswerkplaats over aan de oudste van zijn gezellen en reisde met Maria en het kind naar een ver land. Door de dagelijkse arbeid en zorgen verbleekte langzamerhand bij beiden de herinnering aan de Stralende Ster, vooral omdat Jezus in zijn jeugd niets opvallends vertoonde, maar zoals alle kinderen heel natuurlijk was.

Pas toen Jozef, die voor Jezus altijd diens beste vaderlijke vriend was geweest, na zijn terugkeer in zijn geboortestad kwam te sterven, zag hij bij het overgaan in de laatste ogenblikken op aarde boven Jezus, die alleen aan zijn sterfbed stond, het Kruis en de Duif. Diep ontroerd waren zijn laatste woorden: “Je bent het dus toch!”

Jezus zelf wist hier niets van, totdat hij de drang voelde naar Johannes te gaan, van wie hij hoorde, dat deze aan de Jordaan een wijze leer verkondigde en doopte.

Met deze grofstoffelijke handeling van de doop werd het begin van zijn zending vast in het grofstoffelijke verankerd. De blinddoek viel af. Jezus was zich vanaf dat ogenblik ervan bewust, dat hij het Woord van de Vader aan de mensheid op aarde moest brengen.

Zijn gehele leven zal zich voor u ontrollen, zo als het werkelijk was, ontdaan van alle fantasieën van het menselijk brein! Met het sluiten van de kringloop van het gebeuren wordt het in het Gericht aan allen geopenbaard door de overwinning van de Waarheid, die niet meer verduisterd mag worden gedurende lange tijd!

Maria streed innerlijk met haar twijfel, die werd versterkt door moederlijke zorgen om haar zoon, tot aan de zware gang naar Golgotha. Zuiver menselijk en niet bovenaards. Pas daar kwam zij ten slotte nog tot inzicht over zijn zending, en daarmee tot het geloof.

Maar nu bij de terugkeer van de Ster moeten door Gods genade alle dwalingen worden opgeheven en moeten ook alle fouten worden afgelost van diegenen die niet in stijfhoofdigheid, niet in kwaadwilligheid destijds de weg van Christus verzwaarden, en die nu bij het sluiten van de ring tot inzicht komen en trachten goed te maken, wat zij hebben nagelaten of verkeerd hebben gedaan.

Door de wil dit goed te maken komt voor hen met de Stralende Ster de verlossing. Bevrijd kunnen zij Hem jubelend danken, Die in wijsheid en in goedheid de wetten schiep, waaraan de schepselen zich moeten richten en met behulp waarvan zij zich ook moeten vrijmaken.